In gesprek over maatschappelijke oriëntatie in Vlaanderen: Werken aan actief burgerschap

  • 27 februari 2018

In de lessen Maatschappelijke Oriëntatie (MO) sporen leerkrachten inburgeraars aan om op een actieve en participerende manier te werken aan burgerschap. De klemtoon ligt op gedeelde waarden en normen, die het samenleven in diversiteit mogelijk maken. De lessen zijn zoveel mogelijk in de taal van de inburgeraar.

Hoe verloopt dat in de praktijk? Hoe werken ze concreet aan waarden en normen? Hoe ondersteunen leerkrachten elkaar? Het tijdschrift 'LES' stelde aan Aïcha Madih haar vragen over MO in Vlaanderen en Brussel. Aïcha was zelf leerkracht Maatschappelijke Oriëntatie en is nu projectmanager product- en dienstenontwikkeling bij het Agentschap Integratie en Inburgering.

Van commissie tot intervisie

De MO-cursus heeft veel aandacht voor de rechten, de plichten en de basiswaarden van onze samenleving. Hoe gebeurt dat in de les?

Aïcha legt uit: “Waarden zijn universeel en gelden voor iedereen. Maar de normen kunnen wel verschillen. Binnen MO werken we aan de bewustwording van die gelijkenissen en leert de inburgeraar omgaan met de verschillen. Het doel is om hierin een evenwicht te vinden.”

Welke waarden zijn belangrijk voor de samenleving?

Volgens Aïcha is hierover een hele weg afgelegd: “Om belangrijke waarden te omschrijven riep de Vlaamse minister Marino Keulen van onder meer Inburgering in 2006 de Commissie Bossuyt samen. In het eindverslag omschrijft deze commissie welke vijf hoofdwaarden binnen MO van belang zijn: respect, solidariteit, gelijkheid, vrijheid en burgerschap. Dat zijn universele waarden die voor iedereen gelden. Tegelijk zijn er ook twee stelsels waarbinnen de hoofdwaarden zich ontwikkelen: democratie en pluralisme. In 2016 wouden we de normen en waarden verder verfijnen vanuit de ervaringen van de leerkrachten. Daarom organiseerden we tussen september 2016 en februari 2017 een intervisietraject voor alle leerkrachten MO. Hoe ga je in de klas om met de vijf hoofdwaarden? Hoe geef je waarden en normen mee aan de cursisten? We bespraken dit aan de hand van concrete situaties.

Zo benaderden we ook de rechten en de plichten. Deze zijn met elkaar verbonden. Een voorbeeld: wanneer een cursist te laat komt, spreken we in de klas over rechten en plichten, die met elkaar verbonden zijn. Als inburgeraar heb je recht op gratis les, maar daar staat tegenover dat je op tijd moet komen.

De intervisie was heel verhelderend. De leerkrachten ontdekten dat ze vaak onbewust bezig zijn met normen en waarden. Ze wouden er nog bewuster mee omgaan. Een bepaalde situatie of een gebeurtenis in de klas was voortaan een kans voor een gesprek over een bepaalde waarde.”

Werken aan vaardigheden en attitudes via elf thema’s

Hoe komen waarden en normen ter sprake in de verschillende thema’s?

Volgens Aïcha gebeurt dit bewust. “Werken aan waarden en normen is de rode draad doorheen alle lessen. Dat ter sprake brengen is de kracht van onze leerkrachten. Enkele voorbeelden: bij het thema Gezondheidszorg komt aan bod waar je terecht kunt als je ziek bent. Dat is louter informatief. Maar we gaan ook in op attitudes waarmee je rekening moet houden. Ieder is zelf verantwoordelijk voor zijn levensstijl: gezond eten, niet roken, veel bewegen… dragen bij aan een gezonde levensstijl en verminderen de kans op ziektes. Bij het thema Werk geven leerkrachten informatie over verschillende organisaties. We hebben het ook over gelijkschakeling van buitenlandse diploma’s. De trajectbegeleider speelt erop in en geeft individueel advies rond de erkenning van het buitenlands diploma.”

Eigen taal

Je geeft de MO-lessen in een taal die de inburgeraar al voldoende beheerst, bij voorkeur in de moedertaal. Wat is de meerwaarde?

Aïcha: “In de eigen taal kun je meer diepgaand en genuanceerd communiceren over alles wat met het proces van inburgering te maken heeft. Zoals je weg vinden in een nieuwe samenleving, het leren decoderen van andere normen en waarden, of het verleden een nieuwe plaats geven en perspectieven voor een nieuwe toekomst ontdekken. De MO geeft de inburgeraar inzicht in het waarom van onze samenleving. Waarom is er zoveel georganiseerd vrijwilligerswerk? Waarom gaan kinderen al van 2,5 jaar naar school? Waarom hechten Vlamingen zoveel belang aan het spreken van Nederlands? De leerkracht vervult daarbij de rol van gids, brug en coach.

Om de inburgeraar goed te coachen is een open gesprek nodig. Bijvoorbeeld, bij veel culturen is het niet respectvol om elkaar recht in de ogen te kijken tijdens een gesprek met iemand die je niet goed kent. In Vlaanderen kijk je elkaar meestal wel rechtstreeks aan. Als je dat niet doet, kom je onbeleefd of verlegen over. In de MO tonen we hierover een kort filmpje, gevolgd door een nabespreking en vragenronde.”

Aïcha vertelt dat leerkrachten een rolmodel zijn voor inburgeraars: “Velen van hen zijn zelf ooit naar België gemigreerd. Enkelen zijn zelf inburgeraar geweest. De leerkrachten zijn het levende bewijs dat je veel kan bereiken als je actief meedoet in de samenleving. Ze stimuleren inburgeraars om kansen te nemen en in actie te komen.”

Diversiteit en groepsdynamiek

De lessen zijn afgestemd op de leervragen en de behoeftes van de inburgeraars. Zo helpt de cursus inburgeraars om zelfredzamer te worden. Maar de groep inburgeraars in de klas is heel divers, hun leeftijd varieert tussen de 18 en 65 jaar. Hoe pak je dat aan als leerkracht?

Aïcha vertelt: “Er is een grote diversiteit in de klas. Niet alleen de leeftijd is verschillend, ook het scholingsniveau en de leervragen. Er zitten vaak hooggeschoolden, die vaak een belangrijke functie hadden in het herkomstland, naast inburgeraars die nooit naar school zijn geweest. Het is de kunst van de leerkracht om een boeiende les te organiseren voor beide groepen. Bijvoorbeeld, bij een groepswerk zorg je dat iedere cursist zijn steentje kan bijdragen: de ene neemt het verslag, de andere zorgt voor het materiaal, de derde geeft de presentatie. Door verschillende werkvormen te gebruiken (bijvoorbeeld: groepswerk, individuele opdrachten en klasgesprekken) leren de inburgeraars niet alleen van de leerkracht maar ook van elkaar. “

Aïcha is ervan overtuigd dat diversiteit zorgt voor een sterke groepsdynamiek: “Er zijn verschillen in leeftijd, ervaringen, scholing… Het toekomstperspectief van de deelnemers verschilt: de een wil verder studeren, de andere wil werken. Maar iedereen zit wel in dezelfde situatie. Ze zoeken hun weg in een nieuw land waarover ze weinig weten. Dat zorgt voor een sterke verbondenheid. Je kunt het vergelijken met een bloem. Eerst is ze een knop en op het einde is de bloem helemaal open. Vaak vinden inburgeraars in de klas ook hun eerste vrienden in Vlaanderen. Hun enthousiasme om als burger actief te worden is groot. Daarom engageren sommige inburgeraars zich voor vrijwilligerswerk. Enkele mooie voorbeelden: Een geluidstechnicus uit Syrië houdt van de humor in de Vlaamse serie Het Eiland. Daarom maakt hij een vertaling naar het Arabisch.  Een cursist die in de zorg wil werken, engageert zich als vrijwilliger in een rusthuis in de buurt.”

Realistisch beeld

“We willen inburgeraars een realistisch beeld geven van de samenleving”, zegt Aïcha. “Tijdens de les maken we de brug naar het echte leven. De klas maakt onder meer uitstapjes naar de VDAB en de bibliotheek. Soms nodigen we gastsprekers uit van belangrijke organisaties om workshops te geven. Een gastspreker van Unia legt bijvoorbeeld uit wat discriminatie is en hoe je erop kan reageren. Tijdens het project ‘Vlaming in de klas’ is er een direct contact tussen Vlamingen en inburgeraars. Het is een rijke ervaring voor iedereen.”

Uitwerken van een actieplan op maat

Het persoonlijk actieplan is voor de inburgeraar een belangrijk instrument om actief deel te nemen aan de samenleving. MO geeft hierbij de nodige steun. Aïcha: “Voor de start van de MO-cursus bespreekt de trajectbegeleider samen met de inburgeraar zijn actieplan: Welk doel wil ik bereiken? De leerkracht gaat tijdens de MO-lessen samen met de inburgeraar het actieplan verder vormgeven en uitvoeren. Zij spreken af welke stappen of acties interessant zijn om aan te werken. Vaak gaat het over individuele opdrachten die de cursist buiten de klas moeten uitvoeren. Wie een eigen zaak wil beginnen, moet bijvoorbeeld weten wat het betekent om zelfstandige te zijn. Ze praten met belangrijke partners. Hoe gedetailleerd hij dit actieplan wil uitwerken, is afhankelijk van de inburgeraar zelf. Soms wijzigt de inburgeraar zijn plan, omdat hij bijkomende info krijgt of omdat hij leert uit ervaringen van anderen. Dat is positief."

Fier

"Het Agentschap Integratie en Inburgering is fier op het huidige aanbod van MO-lessen voor inburgeraars. De belangrijkste troeven zijn: het lesgeven in de eigen taal, de aandacht voor waarden en normen doorheen alle thema’s, de focus op individuele behoeften en leervragen. De lessen stellen hoge eisen aan leerkrachten en cursisten. Maar het resultaat is veelbelovend: inburgeraars zijn enthousiast, voelen zich thuis en staan te popelen om actief deel te nemen aan de samenleving", besluit Aïcha.

 

Het interview met Aïcha is ook gepubliceerd in het laatste nummer van het tijdschrift LES. Dit tijdschrift is een vakblad voor leerkrachten en docenten Nederlands als Tweede Taal in Nederland en Vlaanderen.